In a certain sense all men are historians. Thomas Carlyle (1795-1881) |
||||||||||||||
|
||||||||||||||
(Advertentie) |
Klaas Spronk opent dit themanummer met de interessante vraag waar in de Kanaän de dodenverzorging ophoudt en de dodenverering begint. Vervolgens gaat Jacobus van Dijk in op de beginperiode van de Egyptische dodencultus, waar hij de nadruk legt op het omstreden fenomeen van de retainer sacrifice, het meebegraven van de ondergeschikten van een gestorvene. Chrysanthi Gallou en Mercourious Georgiadis hebben de Myceense dodencultus onderzocht. In hun artikel bespreken ze de rol van sport en paardenrennen rond de begrafenissen in Mycene. Benoit Mater bespreekt de terracottalegers in de graftombes van de Chinese adel en keizers. Zij behandelt de mogelijke functies die de terracottabeelden in Chinese keizerlijke rituelen innamen. In het laatste artikel staat de dodenverering in pre-Spaans Panama centraal. Alexander Geurds schrijft over de conclusies die we kunnen trekken over de dodencultus in deze regio aan de hand van archeologisch materiaal. In het supplement stelt redactielid Max Dohle in een vlammend betoog dat het grondwetsartikel over de godsdienstvrijheid overbodig is. Christiaan Gevers bespreekt in de rubriek ‘Historisch Erfgoed’ de theorie over de stamverwantschap tussen de Nederlanders en de Duitsers, zichtbaar in de overeenkomstige boerderijtypes, die tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog in zwang kwam. Tot slot deelt Dick van Nisius in ‘Persoonlijkheden’ zijn fascinatie voor de Italiaanse graaf en wereldreiziger Carlo di Vidua met ons.
184: Veldslagen: Verwerking van verlies.Frank Trombley, werkzaam aan de Universiteit van Cardiff, bespreekt een gebeurtenis die door contemporaine en latere historici als een omslag in de wereldgeschiedenis wordt gezien: de inname van Constantinopel in 1453. Hij onderzoekt de culturele, politieke en sociale reacties van Grieken en West-Europeanen op de val van het huidige Istanboel. In het vierde artikel staat de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865 centraal. Susan-Mary Grant, hoogleraar Amerikaanse Geschiedenis aan de Universiteit van Newcastle (GB), gaat in op de Zuidelijke verwerking van de oorlog en de ontwikkeling van de Lost Cause, een geromantiseerde versie van de Burgeroorlog en het vooroorlogse leven in het Zuiden.
Het themagedeelte wordt afgesloten door Peter Groenewold. In zijn artikel schrijft hij over de Duitse verwerking van de Slag om Stalingrad. De vorm en de gevolgen van deze ontwikkeling, die zich zowel op populair als geschiedwetenschappelijk niveau heeft voorgedaan, wordt in dit artikel behandeld. Zoals gebruikelijk vindt u achter in dit themanummer het Supplement met bijdragen van Jan Willem Stutje over Domela Nieuwenhuis en Peter Rietbergen schrijft in het Historisch Erfgoed over Aken, Rome, en Jeruzalem. Redactielid Jonne Harmsma spreekt in de Hoog van de Toren over evolutionaire geschiedschrijving en Reinbert Krol reageert op de prikkelende Hoog van de Toren uit het nummer Bronnen van Marijn Parmentier.
183: Amerika & Nederland. 400 jaar modernisering en democratisering. Vervolgens belicht VU-hoogleraar George Harinck de Amerikaans-Nederlandse religieuze betrekkingen gedurende de negentiende eeuw. Hij toont aan dat deze betrekkingen een patroon van continuïteit vertoonden, waarbij het initiatief sinds de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1776 vooral bij de Amerikanen lag. In het vierde artikel betoogt Hans Krabbendam dat de opkomst van de Youth for Christ en evangelisten als Billy Graham de Nederlandse orthodoxe christenen de seculiere jaren zestig doorhielp. Vooral hun democratiserende invloed bleek daarbij doorslaggevend. Ten slotte haalt RUG-promovendus Enne Koops de belangrijkste momenten naar voren van de modernisering in de Nederlandse emigratie richting Amerika van 1840 tot heden. Hij komt tot de slotsom dat vooral ontwikkelingen in de technologie en communicatiesector de emigratie-ervaring ingrijpend veranderd hebben. Het Supplement begint met een ‘Hoog van de Toren’ waarin redactielid Rik Groenewoud pleit voor nadere samenwerking tussen de historische en archeologische wetenschappen. In de rubriek ‘Historisch Erfgoed’ behandelt Christina Williamson de lotgevallen van het heiligdom Panama in hedendaags Turkije tijdens de Hellenistische periode. Het laatste artikel van het nummer is in de rubriek ‘Persoonlijkheden’, waarin Jan Paul Hinrichs schrijft over zijn biografie van de slavist en hoogleraar Nicolaas van Wijk (1880-1941).
181: Japan. Culturele identiteit van het hedendaagse Japan.Janny de Jong, Tragische helden, geweld, seks en sociaal drama. De Japanse film en de culturele identiteit in het hedendaagse Japan. Direct na de Tweede Wereldoorlog stond de eigen cultuur in Japanse films centraal, maar onder invloed van de internationalisering verloren die in de daarop volgende decennia steeds meer aan eigenheid. Bestaat de Japanse film tegenwoordig nog? Henny van der Veere, Religie in het hedendaagse Japan. In hoeverre is religie bepalend voor de culturele identiteit van Japan? Deze vraag staat centraal in het artikel van Van der Veere. Ook besteedt hij aandacht aan de Nieuwe Religies en het verwerven van religieuze verdienste. Chris Goto-Jones, Japanimation and the Ani-nation. Graphic revolution and politics in the 21th century. Techno cultural products have formed an increasingly visible and important part of the Japanese public sphere in the 1990s. How can these be used as a source of theoretical insight into social and political processes of change? Supplement Hoog van de Toren. Redacteur Suzan Beute over het belang van het schrijven van een Europese historische canon. Historisch Erfgoed. Christiaan Gevers over het leven van Renso Vonk, een overlevende van de scheepsramp met de Junyo Maru in 1944. Persoonlijkheden. Anjo Harryvan over historicus en diplomaat Max Kohnstamm. Rien T. Segers, Een nieuw Japan in de 21e eeuw. Interpretatie en problemen ten aanzien van de culturele identiteit van een snel veranderende wereldmacht De auteur behandelt verschillende benaderingswijzen van de Japanse cultuur. Hij laat zien dat de traditionele mainstream, revisionistische en culturele methodes niet meer toepasbaar zijn op het eenentwintigste eeuwse Japan en pleit voor een model gebaseerd op het begrip 'culturele identiteit'.
179: Muziek & Maatschappij. Ritme van de twintigste eeuw. De populariteit van de swingjazz van de jaren �30 en �40 was volgens Wouter Turkenberg eenmalig. Maar de kracht van de muziek zélf, de onbegrensde mogelijkheden van swing en improvisatie, en niét de maatschappelijke condities hebben de jazz sindsdien doen voortleven zo stelt hij in het eerste artikel. Ger Tillekens laat vervolgens zien hoe de muzikale scharnierjaren 1955 en 1964 hun schaduwen vooruit wierpen. De jeugd van de jaren vijftig had met de rock-�n-roll zijn eigen cultuur gecreëerd. Deze sloeg een kleine tien jaar later om in een tegencultuur met de opkomst van de Britse beat. Tussen 1964 en 1972 klonk de toon van deze tegencultuur nadrukkelijk door in de popmuziek. René Boomkens bespreekt in het derde artikel het ontstaan van de protestcultuur en het politieke karakter van de protestsong. De punkmuziek van de late jaren zeventig is volgens William Osgerby niet alleen kenmerkend geweest voor de culturele en politieke verhoudingen van haar tijd. Ze vond ook vaak haar weerslag op vele velden buiten de muziek, zoals mode, film, literatuur en anarchisme. In het laatste artikel geeft Vanden Broucke antwoord op de vragen hoe en waarom de hiphopcultuur in de jaren zeventig zich ontwikkelde binnen de sociaal achtergestelde milieus in ondermeer Bronx te New York. Supplement Het Supplement opent met de rubriek �Hoog van de Toren�. Hierin betoogt redactielid Lies Kombrink dat er een schadelijke kloof is ontstaan tussen de perceptie van de politiek bij burgers enerzijds en de werkelijkheid van regeren anderzijds. In de rubriek �Historisch Erfgoed� bespreekt Stefan van der Poel op persoonlijke wijze de ontwikkeling van de synagoge aan de Folkingestraat in Groningen. Als laatste spreekt Herman Langeveld in de rubriek �Persoonlijkheden� zijn fascinatie uit voor de politicus Willem Schermerhorn.
Implementing popular preferences. Is more direct democracy the answer? Door Ian Budge. De directe democratie, zoals de oude Grieken de democratie kenden, heeft in de negentiende eeuw plaats gemaakt voor een representatieve democratie met een partijenstelsel. Budge stelt de vraag of een meer directe democratie ook wenselijk zou zijn in de huidige tijd. Moral Agents. De relatie tussen kerk en staat in de politieke filosofie van de moderne tijd. Door Roek Kuiper Aan de hand van politieke denkers uit de moderne tijd zoals Althusius, Hobbes en Thorbecke, plaatst Kuiper de actuele discussie over de verhouding tussen kerk en staat in een historisch perspectief. Daarbij vraagt hij zich af of deze verhouding in onze huidige samenleving heroverweging verdient met het oog op laat-moderne belangen. Soevereiniteit: nog steeds een nuttug concept? Door Michiel Duchateau en Jan-Willem van Rossem. Bij wie ligt de ondeelbare macht, de soevereiniteit? Van Rossem en Duchateau richten zich in dit derde artikel vooral op het huidige Europa. Daarin moeten de nationale staten steeds meer soevereiniteit af staan aan de groter wordende Europese Unie. Zij maken daarbij een vergelijking met de Verenigde Staten van begin negentiende eeuw. Net als nu speelde destijds het soevereiniteitsvraagstuk een lastige, maar beslissende rol in de integratie van de verschillende staten. Sociale evolutie en democratie. Door Jaap den Hollander. In deze bijdrage wordt de evolutie van de moderne maatschappij besproken. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de �waardesferen� van Weber en de �functiesystemen� van Luhman. De gedachte dat modernisering van de politiek tot democratie leidt staat in dit artikel centraal. Privaat en publiek. Door Frank Ankersmit. Wat is het grootste politieke probleem van de eenentwintigste eeuw? Aan de hand van de begrippen privaat en publiek geeft Frank Ankersmit alvast een antwoord op deze vraag. Supplement Hoog van de toren. Naar een herwaardering van de stem van het volk. Door Maarten Schunselaar. Hier pleit de schrijver voor een gekozen minister-president in Nederland. Alleen dan krijgt Nederland het leiderschap waarnaar het verlangd en hebben historici de mogelijkheid om het succes van de leider te bepalen 'koninklijke families' in de Verenigde Staten. Door Doeko Bosscher. In deze bijdrage beschrijft de schrijver het fenomeen 'politieke-dynastievorming' in de Verenigde Staten. Hij toont aan dat een aantal presidentsfamilies in de Verenigde Staten is gaan voorzien in de behoefte aan een soort koningschap. Historisch Erfgoed. Het Muiderslot als Nederlandse lieu de mémoire. Door Suzan Beute, Liselotte Postma en Karin Siebenga. In dit interview met Ida Schuurman, medewerker van het Muiderslot, wordt de rol van het kasteel als Nederlandse líeu de mémoire behandeld. Persoonlijkheden. Waarom en hoe ik een dikke biografie schreef over de nauwelijks bekende joodse �Bataaf� Hartog de Hartog Lémon. Door Salvador Bloemgarten. Hierin schets Bloemgarten de ontwikkeling van zijn fascinatie voor de arts en politicus Hartog de Hartog van Lémon. Boekbesprekingen. Karen Armstrong, De Bijbel. Boekbespreking door Karin Siebenga. B. Rulof, �Een leger van priesters voor de heilige zaak�. SDAP, politieke manifestaties en massapolitiek 1918-1940. Boekbespreking door Bas de Jong. Hendrik Defoort, Werklieden bemiint uw profijt! De Belgische sociaaldemocratie in Europa. Boekbespreking door Minte Kamphuis.
In dit themanummer wordt aandacht besteed aan de wisselwerking tussen muziek en maatschappij in de afgelopen eeuw. Twee vragen staan daarbij centraal. In welke omstandigheden komt een nieuwe muzieksoort tot stand? En welke invloed hebben muziekstromen op hun beurt invloed op de maatschappij? Jona Lendering opent met een artikel over de legendarische slag bij Thermopylai, waar een kleine Spartaanse troepenmacht onder leiding van koning Leonidas het opnam tegen de overweldigende overmacht van het leger van de Perzische koning Xerxes. Hij bespreekt hoe in de Griekse en moderne historiografie deze veldslag, het optreden van Leonidas en de gevolgen van de veldslag zijn geïnterpreteerd. Op 28 juni 1389 leden de Serven een vernietigende nederlaag op het Merelveld tegen de Ottomanen. Raymond Detrez, hoogleraar Europese Geschiedenis aan de Universiteit van Gent, behandelt hoe zich na de veldslag een traditie van mythevorming ontwikkelde rond het vermeende heldhaftige optreden van de Serven.Leon van den Broeke opent met een bijdrage over het historische kerkrecht van de gereformeerde kerk in New York tegen het einde van de zeventiende eeuw. Hij laat daarin zien dat de Nederlandse gereformeerden bij de Engelse machtsovername als eerste religieuze orgaan godsdienstvrijheid kregen toebedeeld met de Charter van 1696. Doeko Bosscher behandelt daarna de ontwikkeling van de burgerrechten van de negentiende eeuw tot het midden van de twintigste eeuw. Hij betoogt dat ondanks de afschaffing van de slavernij onder Lincoln de Amerikaanse samenleving sterk gesegregeerd bleef en doortrokken van racisme. De onvrede hierover werd in de jaren vijftig en zestig verwoord in de Civil Rights Movement, met als belangrijkste woordvoerder Martin Luther King. Jan Willem Sap toont vervolgens aan hoe de ontwikkeling van de mensenrechten in Europa en Nederland gestimuleerd werd vanuit de Verenigde Staten. De Amerikaanse invloed zoekt hij vooral bij de Amerikaanse Revolutie, de four freedomstoespraak van Franklin D. Roosevelt en het VN-Handvest.
|
(Advertentie) |
|||||||||||
|
|||||||||||||
| © Stichting Groniek 1967-2007. Ontwerp en realisatie: Elefante | |||||||||||||